Lezing:

Nederlanders in Parijs

 

Wie in de negentiende eeuw iets wilde betekenen in de kunst, moest naar Parijs. Het was de onbetwiste artistieke hoofdstad en de Franse opstanden, oorlogen en revoluties deden daar weinig aan af. Het doel van de kunstenaar was om zich op de Salon te mogen presenteren, mogelijk goede recensies te krijgen en in het beste geval een onderscheiding.

 

Meerdere Nederlandse kunstenaars beproefden hun geluk in de stad, die hun carrière en hun stijl bepaalde. Neem Van Gogh. Du moment dat hij bij zijn broer in Parijs arriveerde, werd zijn palet lichter. En Mondriaan? Die schilderde binnen de kortste keren kubistisch nadat hij naar de lichtstad was gegaan. Al veel eerder bekwaamde Henriëtte Geertruida Knip (tante van Henriëtte Ronner Knip) zich in Parijs in bloemstillevens (zie foto). Zij ging er nota bene bij een Nederlandse schilder in de leer, Gerard van Spaendonck.

 

Tot 7 januari toont het Van Gogh Museum in de expositie ‘Nederlanders in Parijs’ de invloed van de Franse hoofdstad op een achttal kunstenaars van eigen bodem die tussen de Franse Revolutie en de Eerste Wereldoorlog naar Parijs gingen. In deze lezing bereiden we uw bezoek niet alleen voor, maar halen nog meer, niet alleen Nederlandse kunstenaars aan, wier oeuvre mede door hun Parijse verblijf is bepaald, zoals Thérèse Schwartze. Zij werd er zelfs onderscheiden voor haar werk.

 

De lezing wordt gegeven door drs. Krzysztof Dobrowolski-Onclin.

 

Kaarten

De lezing wordt gegeven bij Artex, die de reserveringen en kaartverkoop verzorgt. Klik hier om op de website van Artex te reserveren.