Wet February
Een gezond fenomeen uit de Angelsaksische wereld is nu ook in Nederland ingeburgerd: Dry January. We laten tijdens de feestdagen in december de teugels van ons alcoholgebruik flink vieren en compenseren dat met een tijdelijke drooglegging in de maand daarop. Beide maanden zijn inmiddels voorbij. Voor de mensen die carnaval vieren is dat goed nieuws, want de drank wil dan rijkelijk vloeien. In de beeldende kunst komt drank vaak voor, vandaar onze nieuwsbrief: alcohol.

In dit Laatste Avondmaal van rond 1100 in de Sant’Angelo in het Zuid-Italiaanse Formis ziet u een laat voorbeeld van Christus en de discipelen die liggend van hun maaltijd gebruik maken, zoals de Romeinen dat deden. Naast een gebraad en al dan niet gebroken brood moet natuurlijk ook wijn aanwezig zijn. Daarover zei Jezus immers dat het zijn bloed was. Tijdens de Rooms-katholieke misviering zegent de priester de wijn, waarop de transsubstantiatie plaatsvindt: wijn wordt bloed.

Dat de wijn echt verandert in Christus’ bloed, was voor velen moeilijk te geloven. Zo kreeg paus Gregorius de Grote (reg. 590-604) tijdens een mis eens te maken met iemand die eraan twijfelde. Plots stapte Christus van het kruis en schonk de miskelk vol. Deze legende is bekend als de Gregoriusmis. Het werd een populaire voorstelling, vooral in de vijftiende eeuw. Dit schilderij van de Meester van de Levensbron in het Catharijneconvent is nogal druk, dus we hebben een detail voor u uitgelicht:


Dit werk van Johannes Torrentius gaat over de matigheid, ook wel temperantia genoemd. Matigheid is een van de kardinale deugden. De suggestie op dit schilderij is dat je maat moet houden in plezier, zoals drank. Er staat immers een glas midden op de plank, met een kan en een kruik aan weerszijden. De bladmuziek met ‘maat’ is een verwijzing naar matigheid, evenals de breidel bovenin, waarmee je een paard in toom houdt.

Op dit tafereel van Lucas van Leyden speelt drank een belangrijke rol. De dochters van Lot voeren hun vader dronken opdat hij niet meer zou weten wat hij deed en bij hen zonen zou verwekken. En zo geschiedde. Het is een Oudtestamentisch verhaal over incest en volgt op de vernietiging van Sodom en Gomorra op de achtergrond.

Iets vrolijkers dan maar? Vanaf het schilderij van de Haarlemse Judith Leyster klijkt Pekelharing u aangeschoten lachend aan. Hij was een vast figuur in het kluchtige toneel van de vroegmoderne periode. Hij at zoveel zoute haring dat hij continu dorst had. Naar bier wel te verstaan.

De Amsterdamse Sara Troost kopieerde omstreeks 1770 een populaire serie afbeeldingen van haar vader Cornelis. Op het eerste schilderij over een avondje mannen onder elkaar is het nog heel rustig. Haast saai. Maar op het vierde en voorlaatste uit de serie is er al veel drank in de man. Goede manieren zijn van tafel en sommige heren zijn ook al van de kaart. Het was een tafereel om de elite te kakken te zetten.

Weet u wat in dit glaasje zit? Het is ‘de groene fee’, beter bekend als absint. Deze drank werd voor het eerst commercieel geproduceerd aan het begin van de negentiende eeuw en werd vervolgens hét drankje van kunstenaars. Een van hen was Vincent van Gogh die dit schilderij maakte. Door de groeiende consumptie kwamen de bijwerkingen aan het licht: naast de bekende gevolgen van alcohol ook vermeende hallucinogene eigenschappen. Er kwam een beweging voor een verbod. Dat kwam er. In Nederland werd in 1910 de Absintwet ingevoerd. De wet bleef van kracht tot 2005.
Sindsdien kunt u weer legaal van de, inmiddels veiliger gemaakte groene fee genieten. Proost?
