Cuypers in Amsterdam
Helaas begon het nieuwe jaar 2026 met een domper, omdat in Amsterdam de monumentale Vondelkerk afbrandde. Ze was ontworpen door Pierre Cuypers. Terwijl bijna iedereen wel het Centraal Station en het Rijksmuseum kent, zijn de andere gebouwen waarmee hij Amsterdam verfraaide minder bekend. We stellen er een aantal aan u voor.

De andere Amsterdamse gebouwen van Cuypers waren zes kerken en dat is nog geen tien procent van alle kerken die hij gebouwd heeft. Er zijn er veel afgebroken, zoals deze. De Willibrordkerk was de grootste Cyperskerk in de stad, al zijn die ranke torens niet uitgevoerd. Alleen de derde van links, de vieringtoren stond er, tot het godshuis in 1971 werd gesloopt.
Pierre Cuypers was een Limburgse architect. En hij was katholiek, toen daar in het verzuilde Nederland goed op gelet werd. Hij werd in 1827 in Roermond geboren, studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en zette in 1865 een atelier in Amsterdam op. Dankzij de Grondwet van 1848 emancipeerden katholieken en konden er nieuwe kerken worden gebouwd. Cuypers had de ambitie om de stad opnieuw een katholiek uiterlijk te geven. Hij overleed in 1921 en werd in Roermond begraven.

Een ‘katholiek uiterlijk’ ging gepaard met zichtbare kerken, want vanaf de Alteratie in 1578 mochten katholieke kerken niet als zodanig herkenbaar zijn. En wat is er zichtbaarder dan een toren? Kijk hoe de Posthoornkerk letterlijk boven de omliggende bebouwing uittorent! Het was Cuypers’ eerste kerk in de hoofdstad. De laatste mis was 50 jaar geleden. Het is nu een kantoorgebouw.

En dan de Vondelkerk. Eigenlijk heette ze de kerk van het Allerheiligst Hart van Jezus, maar de bijnaam bekte beter en komt van de Vondelstraat waar de kerk staat. De architect zelf keek er vanuit zijn ramen op uit en was er parochiaan. Kijkt u eens naar de plattegrond. De hoofdingang is links op de afbeelding. Tussen de tweede en de derde zuil werd de kerk iets breder en als je nog een stukje doorliep, dan kwam je in een grote, centrale ruimte met een koepel. Helemaal rechts op de plattegrond, op een verhoging, stond het altaar. De kerk werd in 1880 gebouwd, maar verloor haar functie.

De constructie van de toren en van het dak waren van hout, wat het gebouw lichter maakte, maar ook brandbaarder. In 1904 verwoestte het vuur de toren en het dak al eens. Op nieuwjaarsnacht 2026 gebeurde dat opnieuw.

Dit is het gevolg. Niet alleen de toren en het dak zijn weg. Ook zijn er delen van de stenen gewelven ingestort. Voor wie het verschil niet kent: het dak zie je van buiten en het gewelf van binnen, als je omhoog kijkt.

Dit gewelf heeft het wel gehouden, het deel waarboven de toren stond. In welke staat het is, zal onderzoek uitwijzen. De eigenaar is Stadsherstel en deze wil de kerk herbouwen. Gelukkig is de kelder niet beschadigd. Daar ligt het archief over alle monumentale panden van Stadsherstel.

Cuypers vond trouwens dat een kerk zonder toren maar een onding was. Het is dan ook frappant dat zijn Dominicuskerk in de Spuistraat torenloos is. Of beter: ‘lijkt’. Ziet u die stomp in de steeg op de rechterfoto? Er had een toren van 85 meter moeten komen, maar de gemeente verleende geen toestemming toen de bouw al begonnen was.

Vergelijkt u tot slot het Rijksmuseum uit 1885 (boven) met het Centraal Station uit 1889. De twee centrale torens hebben nu eens niets met kerken te maken, maar komen uit de traditie van stadspoorten. Zo zijn deze twee gebouwen dan ook ontworpen. Het CS is waar je de stad binnenkomt en het Rijksmuseum stond indertijd aan de grens van de stad. Hoewel dat niet meer zo is, kun je er nog steeds onderdoor fietsen of lopen om aan gene zijde een volkomen ander stadsdeel aan te treffen.
