Woolworth Building
Het staat er echt, al is het op de foto niet te zien: het Woolworth Building. Ooit domineerde het als hoogste gebouw ter wereld de financiële wijk van New York. Nu is het ingeklemd tussen de wolkenkrabbers van downtown Manhattan. Omdat de Verenigde Staten dit jaar 250 jaar oud zijn geworden, besteden we aandacht aan een heel Amerikaans onderwerp: commercie die kunst voortbrengt.

Op deze foto uit 1913 ziet u de verhoudingen beter. Het Woolworth was toen echt het hoogst. In dat jaar werd het feestelijk geopend. President Wilson drukte in het Witte Huis, honderden kilometers verderop, op een knop en in de wolkenkrabber sprongen alle lichten aan. Het was een van de vele technische nieuwigheden. De hoogte van de toren bereikte 241 meter. Een directe doorgang in de kelder naar meerdere metrolijnen, 26 liften en natuurlijk de nabijheid van het financiële hart van de stad maakten dit kantoorgebouw tot een doorslaand succes.

De opdrachtgever en tevens naamgever was Frank Woolworth (1852-1919). Hij was de belichaming van de Amerikaanse droom, die, dat moet gezegd, iets meer binnen handbereik van witte mannen dan anderen lag. Zijn levensverhaal is evengoed indrukwekkend. Hij was een boerenzoon die op zijn werk in een warenhuis de kneepjes van het verkopersvak leerde en de manier van winkelen innoveerde. Schatrijk werd hij met zijn eigen winkel, later keten waar alles vijf of tien cent kostte.

Het Woolworth Building bouwde hij als investering en financierde het uit eigen zak, dus niet door de zaak. Zijn bedrijf had er weliswaar twee etages tot zijn beschikking, maar de rest werd verhuurd. En dat liep storm. Maar kijkt u eens naar de foto van de lobby hierboven en naar de foto van het hele gebouw. De associatie met een kantoor dringt zich niet op, eerder een paleis (binnen) of kerk (buiten). Dat kwam uit de koker van de architect.

De architect heette Cass Gilbert en u ziet hem vereeuwigd in een van de consoles in de lobby. Hij houdt het Woolworth Building vast, zijn beroemdste ontwerp. Op de andere console is Frank Woolworth zelf. Hij telt zijn geld.

Terug naar de stijl. De spitsbogen duiden op neogotiek en de accolades die u ziet, verraden de flamboyante neogotiek. De vorm van het gebouw lijkt op een kerk en inderdaad spreken de details, zoals de waterspuwers rechtsboven op de bovenstaande foto, de taal van laat-middeleeuwse Europese kerken.

Die neogotiek is niet overal dwangmatig toegepast. Een metersbreed bovenlicht in de lobby is geen neogotisch religieus glas. Op de detailfoto hieronder ziet u in de cartouches de namen van grote handelsnaties.

Het gebouw, hoe hoogwaardig ook, is niet immuun voor de tand des tijds. U ziet hier een ornament waaromheen ietwat omineus een net is gedrapeerd om afbrokkelend materiaal op te vangen. En dat op de 25-ste verdieping.

Maar dat is buiten. In de lobby glimmen de goudkleurige steentjes je nog als vanouds vanaf de gewelven tegemoet. En ze zijn heel traditioneel gelegd onder verschillende hoeken, zodat ze, waar u ook staat, licht kunnen weerkaatsen.
De schoonheid van deze ‘kathedraal van de commercie’ zit mede in de details.
New York bestaat niet alleen uit wolkenkrabbers. In het midden van Manhattan ligt een 341 hectare groot park: het Central Park. Klik hierboven voor een korte video over dit staaltje stedelijke planning en kunst in de openlucht.
