Tulpen in de kunst

Tulpen in de kunst

Wie aan Nederland denkt, denkt aan tulpen. Elk jaar bloeien de velden van de bollenstreek in prachtige kleuren. In het Frans Hals Museum in Haarlem sieren zij jaarlijks de zalen en elk jaar trekken de tulpenvelden miljoenen bezoekers uit zowel binnen- als buitenland. Toen de tulp in de jaren 1590 naar Nederland kwam, werd de plant snel populair, maar aanvankelijk was dat alleen onder de rijke kwekers. In de loop der tijd groeide de tulp uit tot een symbool van Nederland. Dat ging niet zonder slag of stoot, zoals u hieronder kunt lezen.

We beginnen bij het begin. De tulp komt oorspronkelijk uit Centraal-Azië en werd eind zestiende eeuw via Turkije in Nederland ingevoerd. Het bolgewas werd een luxegoed en bijzondere exemplaren waren duur. Wie tulpen kweekte, getuigde begin zeventiende eeuw van status en goede smaak. Populair waren gevlamde tulpen, zoals de ‘Vroege Brabantson’ die u hiernaast ziet en die niemand minder dan Judith Leyster in waterverf vereeuwigde voor een zogenaamd ‘tulpenboek’: een album met afbeeldingen van verschillende soorten tulpen. Deze pagina komt uit een boek waaraan meerdere kunstenaars tussen 1640 en 1700 hebben gewerkt.

De populariteit van de tulp is af te lezen aan schilderijen waarop we die tegenkomen. In 1634 gebruikte Rembrandt zijn vrouw Saskia als model voor de godin Flora met zo’n grote, gevlamde tulp bij haar slaap. Flora is de godin van de bloei en kan tal van bloemen in haar haar dragen. De keuze voor uitgerekend een tulp illustreert de bekendheid ervan. En wat te denken van Rembrandts ‘Anatomische les van dr. Nicolaes Tulp’ van twee jaar eerder? De arts heette eigenlijk Nicolaes Pietersz, maar verrijkte zijn huis aan de Amsterdamse Keizersgracht met een afbeelding van de tulp. Hij paste zelfs zijn naam aan en ging als Tulp of Tulpius door het leven. Maar dat deed hij nog voordat de positieve associatie met tulpen omsloeg.

Want die sloeg om. Tussen 1634 en 1637 steeg de prijs van tulpenbollen tot ongekende hoogte. Eigenlijk was de tulpomania, zoals de periode is gaan heten, de eerste speculatiegolf uit de Nederlandse geschiedenis. De bol van de zeldzame Semper Augustus bracht in 1634 f 1.000 op, maar begin 1637 het tienvoudige. Ter vergelijking, Rembrandt vroeg voor een portret tussen de 300 en de 500 gulden. De handel in tulpen werd dus pure windhandel.

Begin februari 1637 barstte de bubbel en stortte de markt in. Het waren vooral de kleinere speculanten die veel geld verloren of failliet gingen. Op de beurshandel als geheel had de tulpomania geen invloed. Hierboven ziet u een spotprent uit 1637 getiteld ‘De mallewagen’. Flora zit op de wagen met tulpen als Semper Augustus en Generael Bol in de hand. Op de wagen zitten narren die hebzucht en vraatzucht uitbeelden en de speculanten lopen erachter. Niemand lijkt te zien dat de wagen linea recta de zee in rijdt om daar te vergaan. Let u ook even op de aap die vanaf de wanten op de aanwezigen (excusez le mot) schijt?

En zo kan het zijn dat Jan Brueghel de Jonge, inderdaad de kleinzoon van Pieter Bruegel de Oude, rond 1640 een hele serie schilderijen maakte met daarop een satire op de tulpengekte van de jaren daarvoor. Hij verving de speculanten door apen. Leuk detail: in het midden, net boven de gele aap, zit een grijze uil, die destijds op sommige schilderijen voor domheid stond, zoals hier.

Weet u vanaf wanneer we hele tulpenvelden in de schilderkunst tegenkomen? En welke grote schilder ze als een van de eersten heeft vastgelegd? Daarover vertel ik u graag in een video. Klik op de foto hierboven om de video in YouTube te laten beginnen.